De handpop als onderdeel van de klas

De handpop kan binnen de school een bijzondere rol innemen en in vrijwel alle leeractiviteiten worden meegenomen. De klassenpop is niet per definitie een pedagogisch hulpmiddel maar kan dat wel zijn of worden. Hierbij is de interactie die van de pop uitgaat en het initiëren van gesprekken, activiteiten, uitdagingen en leersituaties van belang. De pop moet dus iets DOEN, tot leven komen, aansluiting vinden bij de belevingswereld van de kinderen en aansluiten bij zowel de leerstof als de situaties die zich dagelijks in een groep kunnen voordoen. Waar een pedagogische handpop zich onderscheidt van een andere pop is dat wat hij aanbrengt en aankaart altijd een doel heeft, hij is er niet voor de ‘leuk’, dat wil niet zeggen dat de pop niet leuk gevonden mag worden (bij voorkeur zelfs wèl) maar dat leuk (gezellig, vermakelijk) niet het doel van zijn aanwezigheid is.

Het doel van de aanwezigheid van de handpop heeft altijd te maken met het uitdagen tot deelname en interactie, het spelenderwijze stimuleren van de ontwikkeling, kinderen op een voor hen veilige manier laten oefenen met nieuwe vaardigheden. Kinderen laten veel meer van zichzelf zien in de aanwezigheid van de pop, laten zich makkelijker door de pop uitdagen dingen te doen die ze eigenlijk best eng vinden. Wanneer je je daarvan bewust blijft en het lukt om de pop als een ‘kind onder de kinderen’ te laten zijn, dan is er heel veel met de pop te bereiken. De handpop moet daarbij niet gezien worden als een ‘extra’ activiteit maar als onderdeel van het dag- of weekprogramma. De pop neemt een aantal inhouden voor zijn rekening die op het programma staan en springt in op situaties die zich voordoen. Daarbij kun je denken aan:

  • een kringgesprek
  • een leeractiviteit
  • het zelfstandig en vrij werken
  • een inleiding op een onderwerp
  • de verdieping van een onderwerp
  • conflicten die zich voordoen
  • het aanleren van sociale vaardigheden
  • het oefenen met nieuwe vaardigheden
  • het oefenen met nieuwe situaties
  • het leren samenspelen/samenwerken
  • dag/week openingen/sluitingen
  • etc.

Onder-, midden-, en bovenbouw

Ik heb zelf altijd gebruik gemaakt van een klassenpop en daarmee zowel in de onder-, midden- als bovenbouw van de basisschool gewerkt. Het is een aanname dat de handpop alleen een functie kan hebben in de onderbouw want ook in de midden- en bovenbouw zijn er tal van situaties te bedenken waarin een handpop een belangrijke rol kan spelen (denk maar eens aan de sociaal-emotionele ontwikkeling).

Vanaf groep 5 staan kinderen vaak wel wat vreemd te kijken wanneer je met een handpop binnen komt maar dat wil niet zeggen dat ze er niet voor open staan. De handpop wordt vaak alleen maar gebruikt bij jonge kinderen en dat maakt dat er een zweem van ‘kinderachtigheid’ omheen hangt waar veel oudere kinderen niet mee geassocieerd willen worden. En daar ligt dus een taak voor jezelf want zodra je de handpop van alle kinderachtigheid ontdoet, blijft er een hulpmiddel over wat ook voor oudere kinderen heel veel te bieden heeft.

De afgelopen jaren is de handpop in steeds meer midden- en bovenbouwgroepen geïntroduceerd. In de midden- en bovenbouw hebben leerkrachten vaak meer sociaal-emotionele doelen voor ogen wanneer ze besluiten een handpop in te gaan zetten en wordt de pop, meer dan in de onderbouw, gebruikt om kinderen daar ook zelf mee te laten spelen, onderwerpen aan te kaarten die gevoelig liggen en te laten oefenen met ander gedrag. Zowel voor de leerkracht als voor het kind blijkt de handpop een instrument te zijn waar ze zich makkelijk achter kunnen verschuilen en waarmee ze een andere rol aan kunnen nemen.

Het werken met een handpop bij kinderen vanaf 8 jaar is wel anders, roept vaak meer weerstand op bij de kinderen en kent ook meer valkuilen die vermeden moeten worden. Het is een avontuur dat je aan moet durven gaan, anders moet je er niet aan beginnen.

Gesloten.