Ik heb je die kaartjes laten zien hè, die blauwe en rooie en gele? Die van ik kan, en ik heb en ik ben? Ja, maar ik heb er meer mee gedaan hè, ja, eerst moest ik dus zelf bedenken wat ik kan en heb en ben en daarna kreeg ik kaartjes waar iets op stond en toen moest ik nadenken over mezelf. Ja, en ik begon met de gele, met de ik kan en toen kreeg ik er 4. Helen heb me een beetje geholpen met wat er op stond want dat kon ik nog niet allemaal lezen maar ik had er dus 4, deze:

– ik kan knuffelen

Ja, dat kan ik wel hè, kan ik heel goed zelfs want ik knuffel wel veel hè, ja met Helen en met Sjuul en met iedereen die ik lief vind daar knuffel ik wel mee. Dan sla ik mijn armen er om heen of geef ik een aai met mijn neus of met mijn hand en hou ik eventjes vast, da’s allemaal knuffelen hè dus dat doe ik wel en dat kan ik dus. En jij? Ben jij ook een knuffelkont of niet zo? Dat je wel wil maar niet durft, bang dat anderen dat gek vinden of je kinderachtig vinden ofzo, want dat kan hè, dat je dat denkt en daarom niet knuffelt. Ja veel mensen vinden knuffelen best eng hè, wist je dat? Nou is zo dus als dat bij jou ook zo is dan is dat helemaal niet gek maar wel jammer, of niet?

– ik kan argumenten geven

Argumenten? Wat is dat dan? Die moest Helen even uitleggen en die zei dat ik kan zeggen waarom ik iets wil bijvoorbeeld. Dat ik niet alleen zeg ‘dat wil ik niet’ maar ook waarom ik het dan niet wil, bijvoorbeeld; ik wil niet met jou mee want ik heb afgesproken dat ik vandaag met de treinbaan van Bas mag spelen en dat wil ik al heel lang graag. Of dat ik zeg; ik wil nu niet opruimen want ik ben aan het oefenen met het bouwen van een echt kasteel en dat is nog niet klaar, de torens moeten nog en die wil ik ook en dán ga ik wel opruimen. Of dat ik zeg; ik wil wel met Sjuul wandelen maar het regent en  mijn laarzen zijn lek en dan krijg ik natte voeten en ik vind natte voeten niet fijn, dus dan moeten we eerst nieuwe laarzen voor mij gaan kopen.

Zoiets dus is dat.

– ik kan volhouden

Weer zo’n moeilijke, weet ik ook niet wat dat is maar Helen zei dat volhouden is dat als je iets wilt je het dan ook doet, ook als het niet gelijk lukt, dat je dan niet zegt ‘ik doe het gewoon niet meer, het is rot, ik kan het gewoon niet’ en dan op de grond gaat stampen (ja, dat doe ik dus ook 😀 ) maar dat je het nog een keer probeert. Tja, dan hou ik niet altijd vol dus want als ik iets niet leuk genoeg vind of niet heel graag toch wil kunnen dan zeg ik wel dat ik het gewoon niet meer doe hoor, ja, zo ben ik wel, logisch toch ook of niet? Maar als ik iets wel echt wil dan blijf ik ook wel proberen, ja, als ik heel graag zelf een vogelhuisje wil maken, of heel graag een spelletje wil kunnen, of heel graag de cijfers wil kennen dan blijf ik gewoon oefenen hè, net zo lang tot het lukt of een beetje beter gaat. Dus ik kan wel volhouden maar niet bij alles. En jij?

– ik kan grenzen stellen

Wacht, die weet ik, ik weet wat grenzen zijn want Helen zegt altijd dat ik dat goed kan, dat ik goed kan zeggen ‘dat wil ik wel’ en ‘dat wil ik niet’, ‘dat vind ik fijn’ en dat ‘vind ik niet fijn’. Ja en dat is dus al grenzen stellen hè, ja, dat je voor jezelf opkomt zeg maar, dat je zegt als jij wil dat iets stopt. Als iemand je uitlacht ofzo, ja, dat je dan zegt dat je dat niet wil, niet fijn vind en dat die ander daar mee moet stoppen. Ja, dan weet die ander ook dat je dat niet leuk vind hè, ja want die dacht misschien wel dat je het ook heel grappig zou vinden of helemaal niet erg en dan moet je dat even zeggen anders weet ie niet dat je het helemaal niet leuk vind en dan gaat ie dat vaker doen en dat wil je natuurlijk helemaal niet, nee. Dus ik kan wel goed grenzen stellen, ja, kan ik. En jij?

Er zaten nog wel meer kaartjes in hè, kaartjes met ‘ik kan’, ja, nu doe ik er eentje waar ik niks over zeg, daar moet jij dan over nadenken goed? Even kijken, welke zal ik nemen…..deze:

– ik kan plannen maken

Kun jij dat? En waar gaan jouw plannen dan over?