De handpop in de kinderopvang: een volwaardige assistent

Ik ben jouw vriendje en help je de wereld om je heen te ontdekken

De handpop past perfect binnen de kinderopvang en heeft ook hier absoluut meerwaarde. De praktijk wijst keer op keer uit dat kinderen zich makkelijk door een pop laten uitdagen, sneller iets vertellen tegen een pop en zich moeiteloos door de pop bij de hand laten nemen om bijvoorbeeld iets nieuws uit te proberen. Ze laten ook meer van zichzelf zien in de nabijheid van een pop en dat maakt het in kaart brengen en diagnosticeren van een kind een stuk eenvoudiger. De handpop heeft zoveel mogelijkheden, brengt zoveel ontspanning en plezier met zich mee en maakt het aanbieden van activiteiten en inhouden zoveel makkelijker dat er eigenlijk geen reden is om de pop niet te gebruiken.

De pop is veilig oefenmateriaal voor het kind

Het doel van de aanwezigheid van de handpop heeft altijd te maken met het uitdagen tot deelname en interactie. Of het spelenderwijze stimuleren van de ontwikkeling, of kinderen op een voor hen veilige manier laten oefenen met nieuwe vaardigheden. Kinderen laten veel meer van zichzelf zien in de aanwezigheid van de pop, laten  zich makkelijker door de pop uitdagen dingen te doen die ze eigenlijk best eng vinden. De pop kan hierbij een structurele plek krijgen en de hele dag door een rol spelen, maar ook alleen tevoorschijn komen tijdens kringsituaties, het eten, het voorlezen van een verhaal, etc. Hoe je hem wilt gebruiken en op welke momenten is helemaal aan jou.

De momenten waarop je de pop zou kunnen gebruiken zijn o.a.:

  • de kring (gesprekjes of activiteiten);
  • individuele gesprekjes (of activiteiten);
  • het zelfstandig en vrij werken;
  • een inleiding op een onderwerp;
  • de verdieping van een onderwerp;
  • conflicten die zich voordoen;
  • het oefenen met nieuwe vaardigheden (op welk gebied dan ook);
  • het oefenen met nieuwe situaties;
  • het leren samenspelen en samenwerken;
  • dag-/weekopeningen en dag-/weeksluitingen.

Door middel van een handpop kunnen kinderen op een veilige, laagdrempelige manier:

  • leren om zelf en met anderen te spelen;
  • leren uiting te geven aan emoties;
  • leren hoe ze met anderen kunnen communiceren op verbaal en non-verbaal niveau;
  • ervaren hoe het is om ander gedrag te vertonen;
  • ervaren hoe het is om grenzen te verleggen en nieuwe uitdagingen aan te gaan;
  • hun wereld relativeren door even in de huid van een ander te kruipen;
  • oefenen met leerstof;
  • oefenen met taal;
  • oefenen met moeilijke opdrachten;
  • oefenen met sociale situaties en conflicten;
  • oefenen met assertiviteit;
  • spelenderwijze de wereld verkennen;
  • nieuwe woorden leren;
  • etc.

De mogelijkheden zijn groot maar vragen ook oefening

Menig pedagogisch medewerker blijkt een haat-liefde relatie met de handpop te hebben. De ene na de andere methode komt met een pop op de proppen waarbij wordt aangenomen dat je wel weet hoe je die pop dan moet gaan gebruiken. Alsof het een kwestie is van ‘men neme een pop, zet die op je hand, zwaait wat heen en weer en voilá kinderen hangen aan je lippen.’ Nou, zo simpel is het voor de meesten van ons niet.

De afgelopen 15 jaar ben ik vaak benaderd door collega pedagogisch medewerkers die echt wel zagen hoe leuk kinderen de pop vonden maar hem toch niet (of nauwelijks) gebruikten. Omdat kinderen de tent afbraken als hij er was, of maar in zijn neus bleven knijpen, hem bleven slaan, of zo druk van hem werden dat ze de rest van de dag doodmoe waren of er geen land meer met ze te bezeilen was. Misschien herken je je wel in hun uitspraken.Verhalen waaruit vooral bleek dat het werken met een pop een vaardigheid is en meer omvat als ‘men neme een pop en dan komt het vanzelf goed’. In de meeste gevallen komt het niet vanzelf goed en beland de pop op de kast, in de kast, op Marktplaats of ergens in een vuilniszak.

Heel erg zonde want er is echt heel veel mogelijk met de handpop, hij kan uitgroeien tot een geweldige assistent en een gouden hulpmiddel als je er mee leert werken.

Extra kanttekeningen voor de kinderopvang

Niet elke handpop is even geschikt om te gebruiken bij hele jonge kinderen (0 – 3 jaar)

Voor de groep 0 tot 3- jarigen kan het werken met een menspop wel, maar moet dit wel met zorg gebeuren om te voorkomen dat de hele jonge kinderen angst ontwikkelen voor de handpop.

Met name de ogen kunnen door hele jonge kinderen als bedreigend worden ervaren en ook de grootte van de pop kan afschrikken. Bij het aanbieden van een menspop moet altijd gekeken moet worden naar de reactie van het kind (en dat kan per kind verschillend zijn). Toont het kind interesse, richt het zich naar de pop en durft het dichterbij te komen, dan kan er oogcontact met de pop gemaakt worden maar moet de pop nog niet gaan praten.

Naast de ogen, kan het ‘rood’ van de mond afschrikken. Dus als de pop iets zegt, hou het klein en open de mond niet te ver. Deinst het kind terug van de pop, draait het zich af en toont het zichtbare angst, maak dan geen oogcontact en laat de pop zich ook wegdraaien.

Werken met een menspop bij hele jonge kinderen vraagt veel afstemming, geduld en een ‘fingerspitzengefühl’ wat je niet moet willen forceren, omdat dat angst voor de pop tot gevolg gaat hebben. Dit geldt overigens ook voor angstige kinderen; met een kind wat zich wegdraait of een afwerende beweging richting de pop maakt moet je nog geen contact willen maken via de pop. Geef het kind de tijd om te wennen aan de pop en te ontdekken dat er niets is om bang voor te zijn.

Voor hele jonge kinderen is het vaak veiliger om te kiezen voor een ander type pop, bijvoorbeeld een dierpop, een sokpop, een handschoenpop of een poppenkastpop. Daarmee voel je je misschien wat beperkter, maar de kans dat kinderen er bang voor zullen zijn is minder. Daarmee maak je de weg vrij om op termijn met een menspop te gaan werken.

Bij de groep 0 tot 2-jarigen spelen ook de (nog ontbrekende) taalvaardigheden een grote rol. Er is wel interactie, maar een heel gesprek zal toch wat lastiger zijn. Dus bij deze groep is het belangrijk dat de pop óf zelf vooral aan het praten is (en de interactie zoekt in knikken, lichaamstaal of korte zinnen) óf inspeelt op de zintuiglijke waarneming door kinderen te laten voelen, luisteren en kijken. Daarbij kan het gebruik van attributen en materialen heel goed werken.

Wat ik je kan aanbieden:

Agenda

Wil je op de hoogte gehouden worden?

Wil je me eerst even volgen, meer lezen over het werken met de pop en/of een poosje tips en ideetjes ontvangen? Zet jezelf dan op mijn mailinglijst. Je ontvangt 3 keer per week een bericht van me en kunt je daarvoor afmelden wanneer je maar wilt.